Beschikbare sturingsmodellen

Het meest doeltreffende middel om structureel ruimte te maken voor betaalbare collectieve woonvormen, is het vastleggen van een streefpercentage of bandbreedte voor deze woonvormen in het woningbouwprogramma of door middel van een politieke uitspraak. In veel gemeenten wordt dit al gedaan voor woningen in het sociale en middeldure segment en in sommige gemeenten ook voor het aandeel CPO en/of wooncoöperaties.

De gemeente Breda heeft het doel om tot 2022 minimaal 300 CPO-woningen vast te leggen in plannen (2020). 

Gemeente Amsterdam heeft het doel om meer ruimte te geven aan wooncoöperaties. In 2040 moet 10%  van alle Amsterdamse huizen zijn ondergebracht in een wooncoöperatie.

Leg in een beleidskader vast hoe uw gemeente meer ruimte creëert voor collectieve en andere woonvormen. Bijvoorbeeld door het wegnemen van huidige barrières en het publiekrechtelijk afdwingen van collectieve woonvormen. 

Beschrijf in het kader de doelstellingen, doelgroepen, woonvormen, het streefpercentage en hoeveel collectieve woningen landen in vastgestelde plannen. Zorg daarbij dat het beleid publiekrechtelijk afdwingbaar is. Geef ook aan binnen welke kaders burgers de ruimte krijgen om een wooninitiatief te realiseren en op welke criteria uw gemeente deze initiatieven toetst.  

In de gemeente Breda is sinds oktober 2020 CPO beleid ‘Collectief bouwen in Bredase wijken en dorpen’ in werking getreden, waarmee de gemeente nog meer ruimte wil afdwingen voor collectieve woonvormen. Hiermee worden ook collectieven op particuliere gronden mogelijk gemaakt.

De gemeente Boekel heeft –  vooruitlopend op de nieuwe omgevingswet – een Omgevingsplan Buitengebied gemaakt. In dit nieuwe type bestemmingsplan zijn de doelstellingen voor het buitengebied vastgelegd. In het geval van gemeente Boekel zijn dat economische kracht, ruimtelijke- en landschappelijke kwaliteit en een goed, gezond woon- en leefklimaat. 

Binnen de huidige ‘ruimte voor ruimte-regeling’ (ook wel Rood voor Rood-regeling) wordt op beperkte schaal ook geëxperimenteerd met een ‘verbrede reikwijdte’, waarin meerdere maatschappelijke doelen gerealiseerd kunnen worden, zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en zorg, zowel in het buitengebied als binnenstedelijk. Het knooperf Erve Nijland is tot stand gekomen binnen de Rood voor Rood-regeling van provincie Overijssel.

Toets initiatieven aan de hand van een bedoelingenlijst. Hiermee biedt uw gemeente ruimte voor innovatie en nieuwe woonvormen én houdt u tegelijkertijd controle. 

In een bedoelingenlijst worden de doelen van uw gemeente vastgelegd. Zorg dat het initiatief die het beste bijdraagt aan de ambities en doelen van uw gemeente wint (belang van de gemeenschap) en niet per se de hoogste bieder (belang van verkopende partij). Blijft marktwerking en prijs het belangrijkste criterium, dan zal het wooninitiatief langzaamaan uitdoven en veranderen in een gewone woonwijk.

Objectieve en gelijke criteria voor iedere initiatiefnemer, zorgen ervoor dat  burgerinitiatieven (minimaal) evenveel kans maken als projectontwikkelaars. 

Voor elke initiatiefnemer is het helder waarop uw gemeente toetst en wat de kans is dat uw gemeente medewerking zal verlenen aan het initiatief. Past een initiatief niet in de visie, dan kunnen initiatiefnemers hun initiatief hierop aanpassen, of op zoek gaan naar een alternatieve locatie. Wanneer een initiatief bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen is het raadzaam belemmeringen  weg te nemen, om het initiatief mogelijk te maken.

De gemeente Den Bosch heeft bij een vrijkomend schoolgebouw een goede balans gevonden tussen scoren op kosten én waarden. Er waren extra punten te verdienen voor een hoger bod dan de vraagprijs en voor toevoegingen op kwalitatieve waarden (zoals een bod door toekomstige bewoners, het woonconcept, duurzaamheid en architectuur). De punten voor de extra geldinvestering konden niet hoger zijn dan de punten op inhoud, waardoor een initiatief ook op inhoud kon winnen.

De woonvisie van gemeente Bronckhorst biedt ruimte voor nieuwe initiatieven, maar geeft ook duidelijke kaders mee in de vorm van afwegingscriteria

 

In het kader van de Crisis- en herstelwet kan een “experimenteergebied” worden aangewezen, waar belemmerende regelgeving tijdelijk buiten toepassing kan worden verklaard, tot het moment dat de nieuwe Omgevingswet haar intrede doet. Bij gebiedsontwikkeling van lokaal of regionaal belang kan de Crisis- en herstelwet worden ingezet voor woningbouw-

projecten van meer dan 11 woningen of de herstructurering van woon- en werkgebieden.


De Crisis- en herstelwet kan dus al van toepassing worden verklaard bij relatief kleinschalige projecten. In gemeente Boekel, is de Crisis- en herstelwet gebruikt om te kunnen starten met Ecodorp Boekel

Het liefst zien we permanente locaties voor wooncollectieven. Soms is een tijdelijke vorm een goede optie, bijvoorbeeld voor een snelle en tijdelijke invulling van een bouwkavel of om ervaring op te doen met andere woonvormen in uw gemeente. Met een pacht- of bruikleenconstructie en tijdelijke ontheffing op het bestemmingsplan, kan voor maximaal 10 jaar wonen mogelijk worden gemaakt. Vaak gaat deze constructie samen met verplaatsbare of demontabele woningen en infrastructuur. Voorbeelden zijn Minitopia in gemeente Den Bosch en Duinvallei in gemeente Katwijk.

Een andere reden om tijdelijk te bouwen, is de te verwachten krimp in veel gebieden. Een manier om te kunnen voorzien in de huidige behoefte zonder té grote investeringen te maken, is het vastleggen van tijdelijkheid in het bestemmingsplan. Flexibele en tijdelijke bouw vraagt tevens om creativiteit en omdenken in bouwvormen en bouwmethoden. Circulair bouwen door toepassing van prefab bouwmethoden, modulair ontwerpen en nieuwe materialen, biedt een antwoord op de vele uitdagingen: krimp, groei, snelle realisatie, beperken regelgeving, multifunctionele toepassing, CO2 en energie.

In gemeente Texel wordt de wijk Buurtskap de Tuunen gerealiseerd. Deze wijk bestaat uit 140 – grotendeels verplaatsbare en demontabele – woningen die zo nodig na twintig jaar en daarna nog jarenlang exploitabel zijn op een andere plek. Ook zijn er minimale ingrepen gedaan bij het bouwrijp maken van de grond en de aanleg van infrastructuur, zodat er weinig sporen achterblijven als de woningen weer weg gaan. 

 

Jan van Andel, directeur corporatie Woontij: ‘Flexibel bouwen is goedkoper en levert ook tijdswinst op. Hoe gaaf is het, dat er voor honderd huishoudens met bescheiden inkomens betrekkelijk snel huizen beschikbaar zijn? Bestaande woningen komen eerder vrij en de wachttijd voor een sociale huurwoning kan omlaag’. https://buurtskapdetuunen.nl/.

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap is een samenwerkingsvorm die bij veel collectieve woonprojecten wordt toegepast. CPO geeft de bewoners meer keuzevrijheid en de bouw is vaak goedkoper, gemiddeld 15 procent of meer onder de gangbare marktprijs.  En vrijwel alle Nederlandse provincies stimuleren CPO-projecten door het beschikbaar stellen van een subsidie (RVO).

Uit het landelijke onderzoek WoON 2018 blijkt dat 31% van de beslist verhuisgeneigden die een nieuwbouwwoning overwegen, interesse heeft in zelfbouw (waarvan 19% graag bouwt op een individuele kavel, 9% op een CPO-kavel en 3% in transformatie van een gebouw met een voormalige niet-woonfunctie). Nog eens 18% twijfelt. In WoON 2015 had 24% van de beslist verhuisgeneigden interesse in zelfbouw. De interesse neemt dus toe. 

Op deze website richten we ons uitsluitend op CPO projecten die een collectieve woonvorm tot doel hebben.

LinkedIn
Share
WhatsApp